WAT DE ARBITER NIET KAN ZIEN, KAN ‘IE OOK NIET TELLEN!
Om goed te kunnen zien of er een geldige carambole tot stand komt, zijn drie zaken van groot belang. De arbiter moet zich zo goed mogelijk opstellen, zijn (of haar) zicht mag nergens door belemmerd worden en er moet een goede verlichting zijn boven de tafel.
Meestal is de verlichting boven de tafel wel in orde. Het Spel en Arbitrage reglement (SAR) geeft duidelijk aan wat is voorgeschreven. Tegenwoordig komt in het plafond geïntegreerde ledverlichting steeds meer voor. Voordelen zijn, dat er geen lampen in de weghangen en het licht egaal de hele tafel bestrijkt.
Een andere oorzaak waardoor de arbiter niet kan waarnemen of er een geldige carambole tot stand komt, eenvoudig gezegd of de bal raak is, is dat de speler het zicht van de arbiter belemmert. En dat komt best vaak voor. Van hoog tot laag. Dan zie je dat de speler heeft afgestoten en nog voordat de ballen stilliggen, ja zelfs soms nog voordat de carambole is gemaakt loopt hij al naar de positie van waar hij de volgende stoot denkt te zullen gaan uitvoeren. En loopt daarbij gewoon vóór de arbiter langs! Waardoor de arbiter niet kan zien of de bal raak is. Vaak heeft de arbiter dan al gezien dat de bal in de juiste richting rolt en als daarna de aan te spelen bal ook in beweging is gekomen, trekt hij daaruit de conclusie dat de bal raak is en telt hij de carambole goed.
Of de speler heeft afgestoten en terwijl de arbiter met de ogen de loop van de bal volgt, buigt de speler voorlangs om zijn krijtje te pakken. Of, wat ik toevallig kortgeleden zag, een speler legt aan en omdat het in dit geval een heel snelle speler was, had de arbiter onvoldoende tijd om een goede positie in te nemen, dus bleef hij naast de speler staan omdat je als arbiter, zodra de speler aanlegt, bij voorkeur stil moet staan om de speler niet af te leiden. En om niet in het gezichtsveld van de speler te staan, stond de arbiter wel naast hem, maar iets naar achteren. De speler legt dus aan, stoot af en blijkbaar toch niet helemaal zeker van zijn zaak, buigt hij naar de positie van de arbiter om zijn bal te volgen. En omdat de arbiter iets achteruit staat komt hij daarbij voor de arbiter en belemmert diens uitzicht. Ook hier was de arbiter, een als zodanig functionerend teamgenoot, er blijkbaar toch voldoende van overtuigd dat de bal raak zou zijn, want hij telde de carambole goed.
Laatst kwam ik hierover aan de praat met een gerenommeerd arbiter, die beaamde dat deze dingen regelmatig voorkomen. „Ik let er op”, zo zei hij, „dat ik niet zover van de tafel ga staan dat de speler al te gemakkelijk voor mij langs kan. Maar ik kan ook weer niet bijna tegen de tafel gaan staan. Dat is voor de speler hinderlijk. Ik stel me bij voorkeur op in het verlengde van de snijlijn tussen bal twee en bal drie, zodat ik ook heel dun raken, schampen, goed kan zien. Dan sta je meestal ruim bij de speler vandaan”. Hij vervolgde: „ als ik het caramboleren niet kan zien omdat de speler m’n uitzicht belemmert, moet ik hem aftellen. Maar soms heeft de speler er zelf niet eens erg in dat hij mij het zicht belemmert, doet ‘ie het onbewust, daarom geef ik altijd eerst een waarschuwing. Als ik hem op tijd zie aankomen steek ik een arm uit om ‘m tegen te houden en als de ballen stilliggen leg ik uit dat hij als speler mijn zicht niet mag belemmeren en dat ik hem bij de volgende keer zonder meer zal moeten aftellen. Meestal is dat wel voldoende”.
Het is natuurlijk altijd sneu als een bal waarvan je als speler denkt dat ‘ie raak is, wordt afgeteld omdat de arbiter hem niet zag. Maar als je er dan zelf voor hebt gezorgd dat de arbiter hem niet kon zien, dan is dat gewoon dom! De speler mag verwachten dat de arbiter zich zo opstelt dat hij het al-of-niet-raken goed kan zien. Maar de speler, ook de supersnelle, die de arbiter soms bijna van de sokken loopt en dan nog vindt dat die arbiter maar moet zorgen dat ‘ie uit de weg is, moet de arbiter gelegenheid laten om goed waar te nemen!
Piet Verhaar
Uit BiljartTotaal oktober 2006